Menu Sluiten

Wat zijn de financiële gevolgen van Prinsjesdag 2020?

Tijdens Prinsjesdag zijn de financiële plannen voor 2021 bekend gemaakt. Welke belangrijke veranderingen komen er en wat is het effect?

Een essentieel onderdeel van de financiële maatregelen is de stijging of de daling van onze koopkracht. Dus kunnen we in 2021 meer of minder voor onze euro kopen? Volgens het Centraal Planbureau gaan de meeste Nederlanders er volgend jaar op vooruit. Onze koopkracht stijgt gemiddeld met 0,8 procent. Interessanter zijn de maatregelen die je volgend jaar gaat merken. Een aantal belangrijke veranderingen lichten we graag toe.

Starters betalen geen overdrachtsbelasting meer

Vanaf 1 januari 2021 betalen kopers tot 35 jaar oud geen overdrachtsbelasting meer bij het kopen van een woning. Dat geeft een besparing van 2 procent over de koopsom van een woning. Dit voordeel moet starters ondersteunen bij het kopen van een woning, omdat ze minder eigen geld nodig hebben. Kopers van een woning waar ze niet zelf in gaan wonen betalen in 2021 een hogere overdrachtsbelasting, namelijk 8 procent. 

Tweeverdieners kunnen meer lenen

Tweeverdieners mogen het tweede inkomen volgend jaar waarschijnlijk voor 90 procent meerekenen bij het berekenen van de maximale hypotheek op basis van het inkomen. Dit jaar mag het tweede inkomen voor 80 procent worden meegeteld. Meer potentiële kopers kunnen dus ook echt een woning kopen. 

Huurders in een sociale huurwoning krijgen een lagere huur

Voor 260.000 huurders in een sociale huurwoning gaat de huur omlaag in 2021. Het gaat alleen om huurders waarvan de huurlasten te hoog zijn ten opzichte van het inkomen. Gemiddeld zal het om een verlaging gaan van 40 euro per maand. Woningcorporaties hebben een opdracht gekregen van het kabinet. Er moeten namelijk snel 150.000 woningen bij komen. De extra woningen moeten het tekort aan betaalbare woningen oplossen. 

Minder belasting verschuldigd over spaargeld

Dit jaar moet je (vermogens)belasting betalen over spaargeld als je per persoon meer bezit dan 30.846 euro. In 2021 stijgt deze zogenaamde vrijstelling naar 50.000 euro.

Netto blijft er meer over van je brutoloon

De belastingheffing over het brutoloon zakt, dus er blijft netto meer over. Daarnaast stijgt de arbeidskorting. Dit is een heffingskorting waardoor je minder belasting betaalt over je inkomen. Je nettoloon stijgt dus ook hierdoor.

De beloofde verlaagde winstbelasting gaat maar deels door

De vennootschapsbelasting zou omlaag gaan in 2021. Dat gaat ook gebeuren, maar slecht gedeeltelijk. Grote bedrijven krijgen geen verlaging. Kleine en middelgrote bedrijven krijgen wel een lagere heffing. Ze gaan het hogere tarief betalen vanaf een winst van 400.000 euro. De overgang naar het hoge tarief ligt nu bij de 200.000 euro. 

De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd

In de loop van die jaren zou de zelfstandigenaftrek in stapjes dalen naar uiteindelijk 5.000 euro in 2028. Nu is besloten om deze fiscale aftrekpost verder te laten zakken naar uiteindelijk 3.200 euro. 

Kortom, een aantal belangrijke veranderingen die voor veel Nederlanders positief uitpakken!

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *